Skip to main content

21 oktober 2025

Continuïteit begint met timing

Elke accountant kent het: de spanning tussen de jaarrekening die netjes sluit en het onderbuikgevoel dat iets wringt. De kasstroom die wat krap is, de bank die minder soepel communiceert, het management dat wat ontwijkend antwoordt op vragen over de toekomst. Vaak is dat het moment waarop de zogeheten continuïteitsveronderstelling uit de Controle- en Overige Standaarden (COS 570) relevant wordt.

Die standaard gaat over de vraag of de onderneming in staat is haar activiteiten voort te zetten in de “voorzienbare toekomst” (doorgaans ten minste twaalf maanden). COS 570 verplicht de accountant om die aanname kritisch te beoordelen en te rapporteren als er gerede twijfel bestaat over de continuïteit. Dat klinkt technisch, maar de kern is eenvoudig: de accountant moet tijdig signaleren of het bedrijf op de rand van discontinuïteit balanceert.

De realiteit: signalen komen vroeg, maar worden laat herkend

In de praktijk komt onzekerheid over continuïteit zelden als donderslag bij heldere hemel. De eerste signalen dienen zich vaak maanden eerder aan. COS 570 noemt een reeks aanwijzingen; negatieve operationele kasstromen, aflopende leningen zonder uitzicht op verlenging, het verlies van een belangrijke klant, of het vertrek van een sleutelfiguur. Ook operationele factoren, zoals voorraadtekorten, of externe gebeurtenissen zoals claims of veranderende regelgeving, kunnen de continuïteit bedreigen.

Het probleem is niet dat deze signalen er niet zijn, maar dat ze te weinig worden herkend als onderdeel van één groter patroon. De bank heeft nog niet echt aan de bel getrokken. De verliezen lijken tijdelijk. De aandeelhouder zegt toe bij te storten. En de accountant? Die krijgt de informatie vaak gefragmenteerd, in gesprekken die niet zijn bedoeld als continuïteitsanalyse, maar als reguliere bespreking van de cijfers.

Timing is alles

Daar ligt precies het dilemma. COS 570 verplicht de accountant om alert te blijven op continuïteitsrisico’s, maar het moment waarop hij écht kan signaleren is beperkt. Vaak wordt de analyse pas gemaakt bij het opstellen van de jaarrekening, terwijl de problemen dan al maanden spelen.

Het verschil tussen een onderneming die nog kan herstellen en een die richting faillissement glijdt, zit vaak niet in de omvang van de verliezen, maar in de timing van de reactie. Een bedrijf dat tijdig herkent dat de kaspositie verslechtert of dat de marges structureel onder druk staan, kan maatregelen nemen: herfinanciering, kostenreductie, of heroriëntatie van de strategie.
Een onderneming die te laat schakelt, ziet dat dezelfde maatregelen niet meer genoeg zijn.

Voor accountants betekent dit dat zij hun rol als “early warner” moeten versterken. Dat begint met bewustwording: continuïteit is geen onderwerp voor het einde van de controle, maar een vast onderdeel van de planningsfase. Welke signalen zijn er? Zijn er externe factoren die extra risico opleveren (rente, marktomstandigheden, afhankelijkheid van leveranciers)? En vooral: hoe reageert het management daarop?

Een ritueel van alertheid

Veel accountantskantoren bouwen inmiddels vaste momenten in om deze signalen te bespreken. Een maandelijkse of kwartaalgewijze “amber-sessie”, waarin vaktechniek, controleteam en soms ook de relatiebeheerder samen kijken naar klanten waar spanning voelbaar is.
Zo’n ritueel werkt alleen als het laagdrempelig is en is niet bedoeld om schuldigen aan te wijzen, maar om te leren kijken.

Vragen die daarbij helpen:

  • Wat is de trend in operationele kasstromen en werkkapitaal?
  • Zijn er signalen dat financiers hun vertrouwen verliezen?
  • Zijn er strategische afhankelijkheden (één klant, één leverancier, één eigenaar)?
  • Is er recent sprake van personele of bestuurlijke onrust?
  • Hoe realistisch zijn de prognoses waarop het beleid rust?

De ervaring leert: hoe eerder zulke vragen worden gesteld, hoe groter de kans dat oplossingen nog haalbaar zijn.

De accountant kan veel, maar niet alles

Toch ligt hier ook de grens van de accountantsrol. COS 570 maakt duidelijk: de accountant is geen herstructureringsdeskundige. Hij moet beoordelen of de continuïteitsveronderstelling terecht is, maar het oplossen van de onderliggende problemen ligt buiten zijn opdracht.
En dat is vaak precies het punt waarop de spanning oploopt. Want de accountant ziet de problemen, voelt de urgentie, maar mag niet zelf aan de knoppen draaien.

Tijdig schakelen voorkomt schade

Daarom is het belangrijk dat accountants weten waar ze terechtkunnen als continuïteitsrisico’s concreet worden. Een onafhankelijke partij kan dan met het management verkennen wat er nog wél mogelijk is: herfinanciering, een onderhands akkoord met schuldeisers, een herstructureringsplan of een onafhankelijke business review.

Het is precies in dat spanningsveld dat Chapter11 opereert. Wij werken regelmatig samen met accountants die vroegtijdig signaleren dat er iets knelt bij hun cliënt, maar die hun eigen rol professioneel begrenzen. Samen brengen we dan de situatie in kaart, toetsen de realiteitszin van de plannen en formuleren maatregelen om de onderneming weer toekomstbestendig te maken.

Het mooie is: wanneer dit proces tijdig begint, is er vaak nog veel mogelijk. De ondernemer behoudt regie, het vertrouwen van de accountant blijft intact, en de kans op discontinuïteit neemt sterk af.

Samenvattend

Continuïteit is geen momentopname, maar een proces. COS 570 vraagt van accountants niet alleen om achteraf te oordelen, maar vooral om tijdig te kijken, te luisteren en te duiden. Wie dat consequent doet, kan voorkomen dat “gerede twijfel” werkelijkheid wordt.

Continuïteit begint met timing. En wie op tijd kijkt, hoeft zelden achteraf te verklaren waarom het misging.

Neem contact met ons op via 085 – 06 06 411 of stuur een e-mail naar info@chapter11.nl.

www.chapter11.nl

Chapter11 loodst bedrijven door zwaar weer.

Leave a Reply